Premies: waarom niet voor een warmtepompboiler?


Nu en dan kom ik situaties tegen waarbij ik toch mijn bedenkingen bij het premiesysteem krijg. Natuurlijk ben ik, als installateur en als consument, blij met elke premie die het gemakkelijker maakt om een ecologische investering te kunnen doen. Al blijven er altijd dingen die voor verbetering vatbaar zijn…

Een voorbeeld hiervan is de warmtepompboiler.

De warmtepompboiler is een goed alternatief voor iedereen met een “minder efficiënt” systeem, zoals:

  • een elektrische boiler
  • een indirect gestookte boiler met een (oude) mazoutketel

Op elektriciteit kan je met een warmtepomp 60-75% besparen op het energieverbruik.

Bij een indirecte boiler staat de mazoutketel het hele zomerseizoen aan, enkel om de vraag naar sanitair warm water te kunnen bijhouden. Hiermee bespaar je dus nog meer dan 60-75% op de energie.

Ook tegenover een gasketel is een warmtepompboiler een besparing op energie. Maar vaak is de installatiekost iets te hoog om hier een snelle terugverdientijd te halen.[1]

Jammer genoeg kan je voor een warmtepompboiler niet rekenen op premies zoals dat bijvoorbeeld wel kan voor een zonneboiler:

  • 40% belastingsaftrek
  • 525-1500 euro van de netbeheerder

Terwijl de besparing met een zonneboiler iets lager, rond de 50% ligt.

Jammer, maar helaas. Wie toch een warmtepompboiler wil en nog wat plaats over heeft op het dak: een warmtepomp-zonne-boiler kan dankzij de premies goedkoper uitvallen dan de warmtepompboiler op zich.


[1] Opmerking
Gas en mazout worden gezien als “primaire energiebron”, elektriciteit niet. Dat komt omdat voor de productie van elektriciteit altijd een andere bron moet worden aangewend (bv. kernenergie, windenergie, …). Je kan elektriciteit beter zien als een “transportmiddel” voor energie.

Voor 1 kWh elektriciteit wordt gerekend met een energiebron van 2,5 kWh. Dit is een reden om enkel premies te geven voor een (elektrische) warmtepomp waarvan de winstfactor hoog genoeg is. Tegenover een elektrische boiler, of een oude ketel met zeer slecht rendement daarentegen, kan er altijd een besparing van primaire energie worden aangetoond.